Sponsor in de kijker



Geschiedenis van
De Harmonie De Ware Verenigde Vrienden

 
Historiek

Ontdek de foto-reportage van onze Concertband Pede (Met dank aan onze hoornist Tim)

Tegenwoordig zijn de Ware Verenigde Vrienden een vereniging die twee muzikale activiteiten ontplooit: als Concertband Pede maakt ze moderne podium- en kioskmuziek en als muziekatelier Da Capo geeft ze notenleerlessen en lessen op instrument. Daarmee zijn we een van de bloeiendste orkesten van Dilbeek en verre omstreken. Maar het is, lang geleden, allemaal klein begonnen:

In de jaren 1870 was Sint-Gertrudis Pede een klein gehucht, met enkele tientallen huizen (waarvan het merendeel tegelijk café), boerderijen, een brouwerij, een jongensschool en een meisjesschool, een watermolen en een kapel. Wegens die watermolen – nog door Bruegel geschilderd! – was het in de middeleeuwen een belangrijke plaats geweest, maar dat was verleden tijd. Nu was het één van de vele Pajottenlandse parochies. Administratief viel het onder Schepdaal, dat zelf nog niet zo lang geleden afgesplitst was van Sint-Martens-Bodegem, maar in de praktijk waren Schepdaal en Pede twee zelfstandige entiteiten, die weinig met elkaar te maken hadden, en waartussen de nodige rivaliteit bestond. Rivaliteit die tot diep in de twintigste eeuw voort zou duren.
Bij de kapel – een echte kerk kwam er pas in 1909 – hoorde een kerkkoor. En de zangers van dat kerkkoor begonnen kriebels te krijgen om het ook eens op instrumenten te proberen.
Zoals dat gaat, kwam er nog heel wat gepalaver, praktische en geldproblemen aan te pas eer ze enkele tweedehands instrumenten konden aanschaffen en laten opkalefateren. Enkele vrijgevige burgers aanvaardden het peterschap over een nieuw instrument en enkele muzikanten konden er zichzelf een kopen. Uiteindelijk had men een twintigtal koperen instrumenten en werd de start gegeven. In de stijl van die tijd noemde de nieuwe fanfare zich De Ware Verenigde Vrienden.
Een en ander verliep onder het afkeurend oog van de pastoor, die vreesde voor bals en andere wulpse gelegenheden, en niet veel vertrouwen had in de verzekeringen van zijn parochianen dat alleen diep-religieuze motieven hen dreven.
De plaatselijke brouwer, De Neve, werkgever van een groot deel van de muzikanten in spe, zag een eigen fanfare dan weer wel zitten. Een van zijn afstammelingen is nog steeds voorzitter.

Hoe dan ook, in november 1873 begonnen de eerste lessen in het molenhuis. Lesgever was Xavier De Meersman, student geneeskunde maar vooral zoon van de koster van Itterbeek. In Anderlecht bestaat nog steeds een straat die zijn naam draagt.
De eerste uitstap kwam er in november 1874. Verzamelen bij herbergier Joseph Goossens achter de kerk, en dan met zijn twintigen marcheren naar het kasteel van Zierebeek, om een serenade te geven aan erevoorzitter en kasteelheer Edouard Pincon. Bij gebrek aan repertoire speelden ze alleen processiemarsen. Wat niet verhinderde dat hier en daar enkele vensterblinden dichtklapten bij zoveel zedenverwildering.
Vanaf 15 augustus 1875 konden ze zich een echte fanfare noemen: toen haalden ze hun
(plaats je muispijl hier over...) vlag in. Een vlag die nog steeds bestaat. Vanaf 1907 mocht de fanfare zich ‘Koninklijk’ noemen. In het prille begin werd er gerepeteerd in het molenhuis. Later werd het lokaal overgebracht naar achtereenvolgens de jongensschool, de herberg De Neve en de zaal Godfried Schoonjans, beter bekend als “bij Frienen”. Daar zou de fanfare een hele tijd blijven. In die vroege jaren bedroeg het lidmaatschap 1 frank. Daar was bij inbegrepen het jaarlijkse teerfeest: pensen met rode kool en boterhammen met ‘huidkeis’.

Pas op 13 april 1954 werden we helemaal een echte fanfare, met alles erop en eraan. Toen pas werd bij notaris H. Raspé in Dilbeek een officieel ‘Reglement’ opgemaakt. Blijkbaar was daar voordien nooit nood aan geweest. Ware vrienden hebben zoiets niet nodig.
Je zou zelfs kunnen zeggen dat we pas in 1962 een echte fanfare werden. Toen kwam er een
(plaats je muispijl hier over...) uniform, met muts. De gevolgen van die grotere uitstraling bleven niet uit: van overal kwamen uitnodigingen voor optredens, en (plaats je muispijl hier over...) de ereprijzen kwamen binnen. Een zweepslag voor de toen 61 man sterke groep.
Een voorstel uit 1967 om de muts te vervangen door een tyrolerhoedje werd door de muzikanten weggestemd, maar in 1971 volgde een tweede
(plaats je muispijl hier over...) uniform, nu met kepi. In hetzelfde jaar 1971 verhuisden we naar een zaaltje in café De Stene Brugge, bij “Ladder” Stuckens en “Simonne van Balleken”. Naar burgerlijk recht lag de café in Itterbeek, naar kerkelijk recht behoort ze tot de parochie Sint-Gertrudis-Pede. Ladder was tubaspeler en bestuurslid. In die tijd kwamen sommige muzikanten nog rechtstreeks vanuit de koeienstal naar de repetitie, zonder van schoenen of kleren te wisselen.
Bij de eeuwviering in 1973 waren er 50 spelende leden. Een stuk minder dan in 1962, en een teken dat het bergaf aan het gaan was. Grotere luxe, een beweeglijker bevolking, de opkomst van de tv waren nefast voor dit soort volksvermaak. “Fanfare” en “harmonie” klonken steeds meer antiek. Toch kwam er nog heel wat jeugd naar de lessen van meester Coppye (“Kijk, deze appel is een hele noot. Als ik hem in twee doe heb ik … juist, twee halve noten. En voor het goede antwoordt moogt gij de appel opeten.”) Maar vandaag schieten er van die tientallen leerlingen slechts twee over, Rony Stuckens en Rudy De Neef, allebei bestuurslid.

In 1975, na de dood van Ladder, verkasten we naar de kleuterschool, waar Jef Dekens en zijn Agnes de dorstigen laafden. In 1979 werd meester Coppye opgevolgd door zijn zoon.
In 1983 wisselden we voor het laatst van lokaal en dirigent: we togen opnieuw naar de jongensschool (intussen omgebouwd tot gemeenschapscentrum) en Roland Walravens nam het stokje over.

Tegen die tijd was het uniform uit 1971 zo langzamerhand versleten. Het bestuur was al een tijd over vervanging aan het praten, maar het is er nooit meer van gekomen. Uniformen waren uit de mode; het type fanfare dat ze vertegenwoordigden ook. Vanaf de jaren negentig is die geleidelijke neergang van de aloude fanfare voor nogal wat Vlaamse dorpsorkesten dodelijk geworden. In Pede hebben ze dat gelukkig op tijd ingezien, mede onder impuls van de nieuwe dirigent. Roland Walravens zorgde voor een nieuw, ruimer en moderner repertorium dat verder ging dan de klassieke ‘marchskes’. Het marcheren van café naar café werd ingeruild voor optredens in zalen (en al eens een kerk). Het oubollige uniform werd vervangen door een donkere broek en een wit hemd of blouse. De nieuwe dirigent begon meteen ook met een muziekatelier, waar jonge mensen een degelijke muziekopleiding konden volgen.

Het jaar daarop kwam het eerste kerstconcert. Het werd een traditie, eerst tweejaarlijks, sedert de jaren negentig jaarlijks. Na een reeks soloconcerten werd gekozen om met kerstmis telkens een groep uit te nodigen, liefst een groep uit een andere cultuur, voor een dubbelconcert. Een formule die aanslaat. In 2005 gaven we ons kerstconcert voor het eerst ook op verplaatsing, in Bever, en namen we bi die gelegenheid een zwarte sweater met logo in gebruik.
In 1989 viel voor het eerst het woord ‘concertband’. Er werd besloten de sprong te wagen. In 1993 waren de eerste houtblazers opgeleid en konden we ons harmonie noemen, maar dat was slechts een tussenstation: we stootten meteen door naar een concertband, met een nog ruimer instrumentarium, dat niet noodzakelijk meer draagbaar moet zijn zoals bij een harmonie.
In 1994 waren we in onze nieuwe bezetting sterk genoeg voor een zaaloptreden: “Muziek met twee” in cultureel centrum De Ploter in Ternat. Samen met het orkest Euterpe Ternat (°1867) brachten we tachtig koppen op het podium. Er zouden nog vele concerten volgen. Vanaf
(plaats je muispijl hier over...) 1996 begonnen we met een jaarlijks galaconcert, telkens met een zanger. In volgorde: Connie Neefs, Margriet Hermans, Micha Marah, Koen Crucke, Sabine Tiels, Coco jr., Günther Neefs, Sergio, Barbara Dex, Garry Hagger, Gene Thomas, Bart Herman, Wim Soutaer, ’t Klieksken.
De vernieuwing rendeerde. Bij de viering van het 125-jarig bestaan, in 1999, zaten we opnieuw aan 52 spelende leden, plus nog eens 42 leerlingen in het muziekatelier Da Capo, de kweekvijver voor jong talent.

Intussen werd ons lokaal er niet jonger op. In 1978 liet de gemeente weten dat ze plannen had om voor de vereniging een zaal te bouwen; het is bij plannen gebleven. Met de millenniumwissel heeft dat scenario zich herhaald. Maar bij de volgende verkiezingen, in 2006, bleek het menens. Begin 2005 hadden we bericht gekregen dat ons lokaal, en zeker de keuken, afgekeurd was. Eetfeesten of andere publieke activiteiten mochten er niet meer in doorgaan, al konden we er wel in blijven repeteren. Een week na nieuwjaar 2006 kregen we plots een brief dat we sedert de week voordien niet meer in ons lokaal mochten. Tegelijk kwam het bericht dat de gemeente een budget voorzien had om het gebouw af te breken, maar geen budget om een nieuw te zetten. Paniek! Na contact met burgemeester en schepencollege bleek het allemaal zo niet bedoeld. We kregen de belofte dat het nieuwe lokaal er zeker zou komen, dat het oude zou blijven staan tot het nieuwe ernaast klaar was en dat we er zolang in mochten blijven repeteren. Om geen tijd te verliezen was het afbraakdossier al in gang gezet. Omdat het geld voor de nieuwbouw moest komen van gemeente-eigendom (de brouwerij De Neve) die nog verkocht moest worden, kon het nog niet op de begroting gezet worden. Er kwamen vergaderingen met geïnteresseerde verenigingen voor het nieuwe ontmoetingscentrum en er werd een architect aangesteld. De begroting werd goedgekeurd en een offerte werd uitgeschreven. Maar de enige aannemer die inschreef, was een stuk duurder dan begroot. Waarop de inschrijvingsperiode werd verlengd. Hopelijk kon er eind 2007 met de bouw begonnen worden. Hoop doet leven. 2006 leek dus toch nog een historisch jaar te gaan worden…

2006 was om nog een andere reden een speciaal jaar voor ons. Onze erevoorzitter en stuwende kracht gedurende decennia, Maurice Servranckx, overleed. Aan de levenden om in zijn geest door te gaan.

De jaren regen zich aaneen maar de zaal kwam er niet. We kregen veel te dure plannen te zien voor een cultuurpaleis, nog steeds te dure plannen voor een wat simpelder zaal (waarbij de oude wel eerst afgebroken zou worden en we gedurende maanden op straat zouden staan), uiteindelijk het bericht dat er geen bouwvergunning kon komen wegens te weinig ruimte voor parkeerplaatsen, vervolgens plannen voor een minizaaltje zonder podium en met nauwelijks opslagruimte achter de brouwerij De Neve … Intussen zijn we 2012, is er nog steeds geen nieuwe zaal en zitten we al 7 jaar in een afgekeurde zaal waar we wel nog mogen repeteren, maar niets inrichten met publiek. Maar we blijven positief, de verkiezingen van 2012 komen eraan…

We begonnen 2010 ook met een nieuwe dirigent. Na meer dan een kwarteeuw ging de relatie met Roland Walravens steeds meer tekenen van slijtage vertonen, en we wilden niet eindigen in verzuring. De keuze viel op Patrick De Jonghe, leraar trompet aan de academie van Sint-Agatha-Berchem en dirigent van de bigband en de fanfare aldaar. De nieuwe dirigent gaf ons een nieuwe sound, maar zijn ambities waren toch wat ongedurig voor veel muzikanten. We beslisten om niet op slijtage te wachten en te kiezen voor de korte pijn. Klarinettist Roger Van Asbroeck, in zijn jonge jaren nog dirigent geweest, verklaarde zich bereid om ons door een al vastliggend concert te loodsen. Waarmee we iets unieks aan ons palmares toevoegden: een geslaagd concert met een net geen tachtigjarige dirigent. Al snel vonden we een jong talent, Jerôme Hoppe, bereid om het stokje op te nemen. Hoppe is ook dirigent bij onze Schepdaalse collega’s van Stylissimo. Sedert half 2011 varen we met hem, molto vivace.

Dirigenten:

Xavier De Meersman (Itterbeek)
Verschragen (Brussel)
Sammels (koster Pede) tot 1928
Meester Pappaert (koster Schepdaal) tot 1960
Roger De Leener (Schepdaal) tot 1970
Meester Coppye (St.-Pieters Leeuw) tot 1979
Gaston Coppye tot 1983
Roland Walravens (trompettist kapel van de Zeemacht) tot 2010
Patrick De Jonghe tot 2011
Jerôme Hoppe sedert 2011

Schatbewaarders:

Bosmans
Menschaert tot 1907
Joseph Schoonjans tot 1940
Godfried Schoonjans tot 1971
Leon Vermeir tot 1979
Gaston Peeters tot 1991
Roger Beier tot 2010
Roland Vandersmissen sedert 2010

Voorzitters :

Dom. De Camps tot 1900
Franciscus Goossens tot 1910
Dom. Peeters tot 1922
Nestor De Neve tot 1947
Jozef De Neve tot 1990
Hubert De Neve sedert 1991

Erevoorzitters:

Edouard Pincon tot 1913 (hij was toen 94)
Em. De Mesmaecker tot 1973 (toen ook 94)
Joseph Heymans
Maurice Servranckx tot 2006 (hij was 86)




















harmonie de ware verenigde vrienden,harmonie,fanfare,band,concertband,pede,muziek,muziekatelier,da capo,muziekles,notenleer